Witlof recepten
In de recept lijst hieronder vindt u allerhande lekkere witlof recepten om te koken, bakken of braden. Bereid makkelijk uw gezond witlof gerecht of snel een witlof maaltijd om te eten of drinken met een onderstaand witlof recept:

Witlof (Nederland) of witloof (Vlaanderen), (Cichorium intybus var. foliosum) is een bladgewas (bladgroente) dat in het donker wordt geteeld. In het licht wordt de krop door chlorofyl vorming namelijk groen. De afgesneden (afgebroken) krop kan rauw dan wel gekookt gegeten worden. Witlof wordt ook wel Brussels lof genoemd. Witlof behoort tot de cichoreiachtigen, waar onder andere ook roodlof en andijvie (Cichorium endivia var. latifolium) toe behoren. Inhoud

Voedingswaarde - Voedingsstoffen

De voedingswaarde van 100 gram verse witlof is: - Energetische waarde 71 kJ - Koolhydraten 3 gram - Eiwit 1 gram - Vet 0,1 gram - Vitamine C 5 mg - Vitamine B1 0,04 mg - Vitamine B2 0,03 mg - Calcium 20 mg - IJzer 0,5 mg

Smaken verschillen

Vroeger werd witlof wel eens zeer bitter gevonden. Sommige mensen, vooral kinderen, houden niet van deze bittere smaak van witlof. Er zijn tegenwoordig (2005) witlofrassen die niet of bijna niet bitter zijn. Andere mensen houden juist erg van de bittere smaak van witlof. In rauwe witlof komt de bittere smaak niet naar voren. Witlof kan rauw gegeten worden als salade met stukjes appel en andere rauwkostgroentes en fruit. Andere bereidingsmethoden zijn gekookt, gebakken of gegratineerd met bijvoorbeeld ham en/of kaas of met een sauce Hollandaise als "witlof à la crème". Door witlof te koken met naast water wat melk wordt de bittere smaak verzacht.

Teelt

Witlof is tweejarig. In het eerste jaar worden de wortelen geteeld door in mei te zaaien, waarna in de herfst de wortelen worden geoogst. Vroeger was witlof een wintergroente en gebeurde de trek met dekgrond, waarbij bovenop de wortels een laag grond werd gebracht. Er werd toen onderscheid gemaakt in een koude en een warme trek. Bij de warme trek werd de bodem onder de wortels verwarmd door onder de wortels kippengaas te leggen en hierdoor elektriciteit te laten lopen. Ook werd wel gebruikgemaakt van verwarmingsbuizen met warm water. Tegenwoordig wordt witlof bijna het geheel jaar rond getrokken. De wortelen geoogst in september worden direct opgezet. De wortelen geoogst in oktober/november worden gekoeld bewaard. Voor de zeer late trek worden de wortelen in ijs bewaard. Vervolgens worden de wortelen in een donkere ruimte geplaatst. Eerst gebeurde dat nog boven op de grond met dekkleden eroverheen. Tegenwoordig vindt de trek op stromend water plaats. In 3 tot 4 weken groeit de witlofkrop uit. Door de schaalvergroting van de teelt ontstaat specialisatie. De teelt van de wortels verschuift meer en meer naar akkerbouwbedrijven, die een contract hebben met een witloftrekker. De witloftrekkers zorgen voor de bewaring van de witlofwortels in koelcellen en hebben zeer grote trekcellen. De wortels worden soms over verre afstanden vervoerd, bijvoorbeeld van Noord-Frankrijk naar Friesland.

Geschiedenis

De volkse overlevering wil dat witlof toevallig ontdekt werd omstreeks 1830 tijdens de afscheidingsoorlog met Nederland vlakbij Brussel toen de boer Jan Brammers in Schaarbeek de cichoreiwortels in zijn kelder onder een laagje zand verstopte. Na enkele weken stelde hij vast dat de bittere wortels waren uitgelopen en dat de blaadjes zoet en mals smaakten. Hij kwam op het idee de witte blaadjes te verkopen als rauwe wintergroente (wit loof). Deskundigen doen dit verhaal af als een mythe. Vast staat dat de heer Brezier, cultuuroverste van de Plantentuin in Brussel, in 1850-1851 witte kropvorming op de wortelen ontwikkelde. Hij ondervond dat duisternis, warmte en vochtigheid onontbeerlijk waren voor witlof. De witte bladeren ontstaan omdat het licht de plant niet kan bereiken. Zonder daglicht produceert de plant geen chlorofyl, de groene kleurstof. Het 'wit loof' werd voor het eerst in 1867 op de Brusselse markt verkocht en in de Parijse Hallen in 1883. De kroppen werden mettertijd groter en vaster door verbetering van de teelttechniek en door veredeling. Mede door het succes van de groente gingen steeds meer landbouwers rond Brussel en Leuven over tot witlofteelt. In de eerste helft van vorige eeuw zorgde dat 'witte goud' zelfs voor een grote agrarische rijkdom. Tijdens de Eerste Wereldoorlog vluchtten Brabantse boeren naar Noord-Frankrijk. Zij hebben de teelt daar ingevoerd. De teelt is maar vrij recent in Nederland op grote schaal aanwezig, vooral na 1970, met de doorbraak van de witloftrek op stromend water. Op dit ogenblik is (Noord)Frankrijk veruit de grootste producent, gevolgd door België en Nederland. De teelt komt in andere landen weinig voor. De groente wordt naar vrijwel alle werelddelen uitgevoerd.

Varianten

Witlof wordt bij ons meestal gekookt gegeten. Het kan echter ook rauw (als salade) worden gegeten, of in de oven worden bereid (bijvoorbeeld gegratineerd met ham en kaas). Ook witlofsoep is bijzonder lekker. Rauw is het zeer gewild voor zijn lichtjes bittere, frisse smaak. Het is daardoor een ideaal ingrediënt in zomerse gemengde groentensalades. Dat maakt de groente populair in warmere landen zoals Italië en Spanje. In België wordt jaarlijks gemiddeld 7 kilogram per persoon gegeten. Witlof is de op één na meest gegeten groente. In Nederland eet men gemiddeld 3,2 kilogram per jaar en komt witlof op de derde plaats. Ook in Frankrijk blijkt witlof een van de favorieten. Daar verorbert men per jaar gemiddeld 3,5 kilogram per persoon en komt de groente op de vierde plaats. De Nederlanders noemen de groente witlof, de Vlamingen spreken van witloof. De Fransen spreken meest van endives of ook chicorées witloof om de groente te onderscheiden van andijvie, die in het Frans ook endive heet. Franstalige Belgen spreken van chicon, een term die in Frankrijk onbekend is, behalve in het uiterste noordoosten van het land. De Nederlanders spreken bij de teelt van witlof trekken, de Vlamingen zeggen naar Frans voorbeeld witloof forceren.